Aangifte inkomstenbelasting in jaar van scheiding is vaak complex, en wat gaat het vaak fout!
16 Mei 2018

door Anne-Marie van Doorn

De drukte met het doen van aangifte inkomstenbelasting is weer voorbij. In mijn praktijk worden veel aangiften inkomstenbelasting gedaan. Veelal voor mensen die in het jaar zijn gescheiden. Het is ook een raar (en naar) jaar voor de belastingen. Wel of niet fiscaal partner? Wie krijgt de hypotheekrente aftrek? Wie woont waar? Wie moet wat betalen?

Als grondslag is het convenant heel belangrijk. Wat is afgesproken als kinderalimentatie? Wat is de hoogte van de partneralimentatie en per wanneer wordt deze betaald? En, nog ingewikkelder, wie betaalt wat voor de woning die gezamenlijk eigendom is?

Fiscaal partner

In het jaar van de scheiding ben je fiscaal partner van elkaar. Dat is wettelijk zo geregeld. Dit fiscaal partnerschap eindigt op het moment dat een verzoek tot echtscheiding is ingediend én partners niet meer op hetzelfde adres zijn ingeschreven bij de gemeente.

In het jaar van scheiding kun je kiezen voor een volledig jaar fiscaal partnerschap. Je kunt dan inkomensbestanddelen aan elkaar toerekenen. Dit levert in veel situaties een voordeel op.

De woning

Zolang u kiest voor fiscaal partnerschap is de eigen woning vaak geen probleem. Problemen ontstaan indien de woning in eigendom blijft, een van beide de woning alleen betrekt en de ander een ander bedrag dan 50% van de hypotheekrente voldoet. De woning blijft vaak in gedeelde eigendom, de belastingdienst ziet de hypotheek ook als een gedeelde schuld. Daardoor dient u ieder 50% van de hypotheekrente op te nemen in de aangifte inkomstenbelasting[1].

In het convenant kunnen afspraken worden gemaakt. Het is mogelijk dat de vertrekkende partij 100% van de hypotheekrente voldoet. Indien dit in het convenant duidelijk is verwoord en onderbouwd, bestaat de kans dat de hypotheekrente volledig in mindering wordt gebracht. De partij die in de woning blijft wonen dient behoeftig te zijn en zelf niet in staat te zijn om de hypotheek te voldoen en er moet een bepaalde onderhoudsvoorziening aanwezig zijn. De helft van de hypotheekrente kan dan verantwoord worde als partneralimentatie in het kader van woongenot. In het convenant dient deze constructie duidelijk te worden verwoord zodat ieder van de partijen

 

[1]Deze hypotheekrente is voor de vertrekkende partij slechts 24 maanden aftrekbaar in het kader van de echtscheidingsregeling. Na 24 maanden vervalt 50% van de hypotheekrente aftrek; de aftrek van de vertrokken partij.

« Vorige | Terug | Volgende »